|
|
|
Hvala Bida
Vandaag was het proces van Karadzic, bij het Joegoslavië tribunaal. Hij wordt berecht wegens oorlogsmisdaden tijdens de oorlog in Bosnië. Het proces is uiteindelijk verdaagd. Desondanks stond buiten een afvaardiging van overlevenden van deze oorlog: vrouwen uit Srebrenica.
Eén van die vrouwen, Bida, heb ik vorige week mogen ontmoeten in Potocari. Als lid van het koor LéLéMam hebben we vrouwen uit Srebrenica bezocht. We hebben hun verhalen gehoord, gezongen, gehuild, gedanst en gelachen. Handen (ruka) vastgehouden. We hebben ons verbonden gevoeld of niet, omdat het voor sommigen te pijnlijk en te bedreigend was om (weer) te verbinden.
Bij Bida in de keuken was niets te merken van de verwoesting, die destijds heeft plaatsgevonden - en die nu nog grauwe, kille tinten toevoegt aan de schilderachtige schoonheid van het landschap in Bida's omgeving. Bida trakteert ons in haar warme keuken op zelfgebakken brood en verwent ons met haar eigen pruimenjam. Als er anno 2009 een dag geen water uit Bidas kraan komt, heeft ze flessen met water klaar staan om thee voor ons te maken, met kruiden uit eigen tuin. Deze rijke overvloed vormt voor mij geen beeld van de chaos, angst en horror scenarios, die zich hier in juli 1995 voltrokken. Dat lijkt in Bidas keuken allemaal zo onwerkelijk.
Net zo onwerkelijk als het feit, dat er bij het Memorial Centre in Potocari rijen met witte stenen staan, lange en smalle witte stenen met een puntje op de top en dat er bij elke steen een mens begraven is. Een zoon, een jongen in de lente van zijn leven, die ooit speelde en voetbalde met zijn vriendjes. Een vader, die ooit de zorg droeg voor zijn gezin en grapjes maakte om het leven lichter te kleuren. |
|
Of een man, zoals de man die we op een terrasje in Srebrenica spraken. Een man uit Srebrenica die Nederlands sprak, omdat hij tegenwoordig in Helmond woont. Hij bleek één van de mannelijke overlevenden te zijn. Zon man. En die ene man dan maal achtduizenddriehonderdtweeenzeventig...
In Bida's keuken is het zo onbevattelijk wat zich op de basis van Dutchbat heeft afgespeeld. Hoe de Nederlandse soldaten zich moeten hebben gevoeld tijdens de toestroom van de burgers en de oplopende druk. Jongemannen uit een totaal andere, veiliger wereld, die teksten en tekeningen op de muur hebben gemaakt. De enige tekens van leven op deze voormalige basis, die nu nog verloren in het landschap staat en grimmig en onheilspellend aandoet. Sommige tekeningen doen haast kinderlijk aan, net als het kinderprogramma s morgens op tv bij Bida in de keuken.
Ovo je lopta. Dit is een bal.
Hvala. Dankjewel.
En Bida is lief!
Bida leert ons appelrollen te maken, die overgoten zijn met suikerwater. We helpen haar, we zingen samen. We snoepen en we lachen. En Bida lacht mee. Ook Bida lacht! En ik bedenk dat humor ook onderdeel was van diezelfde oorlog, een belangrijk medicijn om jezelf op de been te houden. En ik hou van lachen. Toch krijg ik de humor niet tussen deze regels geperst, met mijn gedachte aan de gruwelijke taferelen. Dan word ik alleen maar stil.
En in die stilte bedenk ik dat de oorlog vreselijk is geweest en dat dit nooit en nergens meer moet gebeuren, zoals ook de steen in het Memorial Centre in Potocari ons leert. En al is Karadzic vandaag niet komen opdagen, Bida is er wel. Zij en vele andere vrouwen hadden wel de moed om in Den Haag te verschijnen. En ik ben in gedachte bij Bida. En ik glimlach in stilte.
Hvala Bida!
|